Il faut toujours jouer.

“Je moet altijd spelen,” zegt Marcel. Hij is een ouwe Fransman, import – op jonge leeftijd door pa Louis meegesleept naar de Drôme in Zuid-Frankrijk. Zijn vader startte daar in de jaren zestig een camping in een valleitje in de schaduw van de imposante bergformatie Les Trois Becs. Louis overleed in de jaren negentig, Marcel nam de toko over.

Marcel is een vrijbuiter, een anarchist, geobsedeerd door vrijheid. Hij geeft geen fuck om uiterlijk vertoon – z’n witte haar zit permanent verstopt onder een versleten vissershoedje, hij heeft twee broeken en drie tshirts (die allemaal vol olievlekken en gaten zitten) en een gigantische, antieke draadloze telefoon aan z’n riem. Hij mist het bovenste kootje van z’n wijsvinger – “in een machine gekregen. Moest ooit een keer gebeuren”.

Ik zit met een biertje aan een picknicktafel met hem te praten. Over muziek, over oude auto’s, over werk. “Ik heb nooit een dag gewerkt,” zegt ie. “Altijd alleen maar gespeeld. Als je zorgt dat je altijd aan ’t spelen bent, gaat het werk vanzelf.”

Fuck. Zo voelde het bij mij totaal niet, de laatste tijd. Ik was hard aan het werk, hard aan het bouwen, en doe veel dingen die ik leuk vind: coachen, mensen helpen, opruiende teksten schrijven, workshops geven, grapjes maken.

Maar toch voelde het als heel hard werken. Want er moet brood op de plank. De huur moet betaald. Er moeten klanten komen. Er moet RESULTAAT komen.

Maar dát is geen spelen.

Spelen is dat het je gaat om het proces, niet om de uitkomst. Dat je loslaat wat iets je oplevert, en je je overgeeft aan het spelletje. Leuke dingen doen en erop vertrouwen dat de inkomsten vanzelf wel komen.

Voor mij is dat een centraal onderdeel van m’n leven. De beste dingen maak ik als ik aan ’t spelen ben. En toch was ik het een beetje uit het oog verloren. Ik was iemand aan het nadoen die ik niet was en wilde zijn. Iemand die het veel te serieus neemt.

Vanaf nu ga ik ’t weer anders doen.

Om mezelf eraan te herinneren wat ik hier kom doen (en zodat je een beetje weet wat je van me kan verwachten – maar vooral dat eerste) zijn hier een paar regels waar ik mezelf de komende tijd aan wil houden. Mijn kernwaarden, als je er pompeus over wil doen.

1. Eerst kijken of het leuk is, dán kijken of ik het effectief kan maken

Ik was webinars aan het organiseren die mooi aansluiten op mijn aanbod, zodat ik met een slimme upsell mijn conversie kon optimaliseren en ik moet nu al een beetje kotsen van deze hele zin. Al dat gefocus op effectiviteit en efficientie en optimaal resultaat haalt al mijn plezier uit het proces. So fuck that.

Regel 1 is dat het voor míj leuk moet zijn. Als er door de dingen die ik organiseer per ongeluk mensen met me willen samenwerken, is dat een mooi meegenomen bijzaak.

2. Graag of niet

Ik wil graag mensen helpen. Maar niet zó graag dat ik bereid ben om er zelf ongelukkig van te worden. En dat gebeurt wel als ik te hard aan mensen moet trekken.

Dus regel 2 is: mensen mogen naar mij toekomen als ze zien wat ik voor e kan betekenen. Maar ik ga niet lopen leuren om klanten. En als dat betekent dat ik een stuk minder verdien: whatever. Ga ik wel een tijdje in een keuken werken. Of weer complimenten verkopen.

3. Radicale eerlijkheid

Ik geloof dat het lef om transparant en eerlijk te zijn een superpower kan zijn. Ik wil dat mijn marketing meer over mij gaat, en minder over wie ik denk dat ik moet zijn om effectief klanten te trekken. You know?

Ik besteed het grootste deel van mijn tijd met fucking around. Ik bak brood als een obsessieveling, ik knoop op de meest retarded moment mijn surfbord op het dat van mijn belachelijke auto om in de noordzee te gaan liggen rollen, ik lees nerdy shit over griekse mythes en science fiction en nerdy bordspelletjes. Daar ga je ook dingen over horen de komende tijd, vrees ik. Net als over de dingen die misgaan of die niet lukken.

I mess up just as much as you do. Ik heb dezelfde twijfels, angsten, impostorgevoelens en andere idiote dingen. Daar ga ik wat meer aandacht aan besteden.

4. Travel light.

Wie goed wil reizen, moet licht reizen. Geen dertien koffers mee, maar alles wat je nodig hebt voor 3 maanden zwerven in 1 carry-on rugzakkie. Dan ben je pas echt vrij.

Ik wil flexibel zijn. Ik wil vrij zijn. Ik wil nieuwe richtingen in kunnen slaan on a fucking whim. Dus mijn bedrijf moet simpel blijven. Geen ingewikkelde paid adstrategieën, hordes VA’s en enorme overheads. Ik hoef geen imperium. Mijn bedrijf blijft simpel.

5. Centrale rol voor humor

Ondanks dat er in dit mailtje weinig grappen zitten en ondanks dat er weinig minder grappig is dan iemand die zegt dat ie grappig is, toch deze snoefwoorden: ik heb gevoel voor humor.

Ik vind dat een mooie term, gevoel voor humor. In ’t Engels nog meer: sense of humour. Humor is een zintuig. Je maakt iets niet grappig: het ís al grappig, en het is aan jouw zintuig om de humor op te zoeken.

Die humor krijgt een wat groter podium. Ook in mijn coaching en marketing. Ik ben een uitermate ongrappig en wetenschappelijk boek over de geschiedenis van humor aan het lezen, en het lijkt me erg leuk om dáár eens wat workshops over te gaan geven de komende tijd.

Over hoe je grappiger kunt leren schrijven, of over hoe je pitches kunt winnen met kutgrappen, bijvoorbeeld. Ik weet nog niet precies, ik heb het nog niet uitgedacht want ik ben deze hele week heel druk geweest met muziek maken, eten koken, woonkamerspelletjes verzinnen waarbij je bierdoppen in een bus pringels moet gooien en leren hoe je kim chi maakt. Maar als je ’t leuk vindt om meer over humor te leren, laat maar weten.

Of niet. Zie regel 2.