Nee, je bent niet gek

Zwem als een dolfijn

Zeven jongetjes houden zich vast aan de rand van het ondiepe.
‘En nu zwemmen we allemaal naar de overkant als een dolfijn. Met mooie boogjes.’ De juf maakte een sierlijk gebaar met haar hand.

Ik zag het meteen vóór me. Maar toen mijn klasgenootjes van start gingen, deden ze iets heel anders. ze hielden hun hoofd boven water, en ze sprongen met de borst vooruit, meer als een soort spartelende zeehond.

Even twijfelde ik aan mezelf. Maar toen dacht ik: ze zei dolfijn. Ik doe gewoon een dolfijn. Dus bewoog ik op mijn eigen manier naar de overkant, duikend en boogjes makend zoals ik dacht dat een dolfijn dat zou doen. 

En toen ik bovenkwam, sprong de juf op en neer en riep dat ik het héél goed deed en dat iedereen naar Laurens moest kijken want die deed een hele goeie dolfijn! Ik mocht zelfs een ererondje maken om voor te doen hoe het moest. Kleine Laurens voelde zich een kleine held.

Aan het eind van de les zei de juf iets dat ik niet verstond, en zag ik alle kinderen dezelfde zeehondenplons doen als eerst. En ondanks dat ik daar best uit had kunnen afleiden dat ik weer mijn eigen dolfijn moest doen – tóch won de twijfel. Ik deed de logge zeehondenplons van m’n klasgenootjes na, in plaats van mijn heldhaftige, wereldberoemde, prijswinnende, sierlijke dolfijnenduik.

Toen ik aankwam aan de overkant, zag ik een teleurgestelde blik in de ogen van de juf.

Ik was geen held meer.

Ze zullen het wel beter weten

Een van de deelnemers van m’n Schrijversclubhuis vertelde vanochtend dat ze op een netwerkborrel was geweest en dat daar een man (altijd een man, probably wit, boomer, licht obees en met een of ander saai serieus kutbedrijf) meteen aan de slag ging met haar de les mansplainen over dat ze geen goeie pitch had en waarom ze geen visitekaartje (VISITEKAARTJE!) had.

Je zou er haast van aan jezelf gaan twijfelen, als je dacht dat netwerken over contact maken ging. Als je dacht dat het om het menselijke aspect ging, in plaats van over karton en holle woorden.

Maar hij zal ’t wel weten, want aan z’n buik en z’n saaie overhemd te zien zit ie vast al héél lang in ’t vak.

Wat is een professional?

Stel: je bent een tekstschrijver. En je ziet om je heen allerlei andere marketeers dik doen over de know-like-trustfactor, bofu-tofu-mofu content, hero/hub/hygiene modellen en customer journey touchpoints. Zo professioneel allemaal.

En jij hebt daar helemaal niks mee. Niet alleen omdat je nooit van je leven al die woorden zult begrijpen (laat staan uit je strot krijgen). Maar ook omdat je zo gewoon niet wíl zijn. Voor jou draait je vak om mensen en om contact maken met die mensen.

En dat zet je voor een ingewikkeld blok:

  • Professionals hebben het over allemaal complexe kulmodellen en visitekaartjes
  • Jij hebt geen idee waar ze ’t over hebben (of je hebt in elk geval, naar je eigen inschatting, te weinig kennis om erover mee te praten)
  • Bovendien wil je helemaal niet elevator pitchen
  • En dus ben je géén professional. En je zult het nooit worden ook

Het probleem zit hem hier in de definitie van professional. Of netwerken. Of marketeer. Wat het woord voor jou ook is, waar je weerstand tegen voelt.

Want waarschijnlijk heb je géén weerstand tegen verkopen (marketing), tegen mensen leren kennen (netwerken) en tegen goed zijn in je vak (professionaliteit).

Je bent dus niet gek als je vindt dat professioneel zijn niks te maken heeft met marketingjargon gebruiken

Je bent ook niet gek als je vindt dat marketing niet gaat om mensen shit aansmeren die ze niet nodig hebben.

De wereld zit niet zo ingewikkeld in elkaar dat je er stapels jargon voor nodig hebt. Intuïtief weet je prima wat belangrijk is.

Het gaat erom dat je er op leert te vertrouwen dat je intuïtie klopt

Dat je de instructie goed begrepen hebt, ondanks dat de rest van de klas de zeehondensprong doet.

Je wéét hoe de dolfijn z’n duikjes maakt.

Vertrouw jezelf. Negeer de zeehonden.

Maak de juf trots.

.