Hoe eerlijk en authentiek moet je schrijven?

In mijn coachingsessies krijg ik wel eens de vraag: schrijf ik wel authentiek als ik bepaalde feiten selecteer die mijn verhaal ondersteunen? Ik wil niet liegen, maar moet ik dan meteen al mijn onzekerheden en faalmomenten aan de grote klok hangen? En als ik die dingen verzwijg, lieg ik dan?

Ik zal maar even een spoiler in de tweede alinea knallen: authenticiteit is overrated. Baby’s zijn authentiek. Als je eerst pap over je truitje heen braakt en vervolgens keihard gaat zitten janken omdat je niet bij je plastic paardje kan, dan ben je écht helemaal jezelf. Elk laagje van beschaving dat je daaroverheen verft, doet af aan je authentieke, eerlijke, papbrakende jij. Maar da’s nou precies de bedoeling.

Elk verhaal is een leugen.

Dit weekend zag ik The Two Popes op Netflix. Goeie film over (je raadt ‘t niet) twee ouwe witte sekteleiders Pausen. Ik had één groot probleem met de film: ik heb geen van beiden niet één keer op de wc zien zitten. Gedurende de periode van maanden die het verhaal duurt, zijn beide pausen blijkbaar niet één keer gaan kakken. Holy shit. 

See what I did there? En dan bedoel ik niet dat woordgrapje dat als ik heel eerlijk ben de enige aanleiding is geweest om dit artikel te schrijven. Dit verhaaltje over die film is een overdrijving om mijn punt duidelijk te maken. Ik denk natuurlijk niet écht dat filmmakers wc-scenes moeten gaan laten zien. Maar het punt is: schrijven is schuiven met de werkelijkheid.

Soms kun je de werkelijkheid alleen maar overbrengen door haar geweld aan te doen, schreef Joris Luyendijk in Het Zijn Net Mensen (geloof ik – ik kan het niet meer terugvinden). Als je bij het schrijven (in Luyendijks geval over het Midden-Oosten) alle complexiteit zou moeten overbrengen, heb je een oneindig dik boek waar niemand iets van snapt. Als een berg op een landkaart 100% accuraat is, is ie net zo groot als de berg in het echt. De waarde van de representatie zit in de leugen.

De vraag is: mag je de feiten op je eigen manier interpreteren om je verhaal te vertellen? Waarop ik zou willen zeggen: dat móet zelfs. Als je in een verhaal de volledige, kale waarheid moet vertellen, komt je punt niet over, want dan ben je voortdurend kakscenes aan het schrijven. Je ontkomt niet aan interpretatie – sterker nog: het verhaal IS de interpretatie.

Je verhaal bestaat om je punt te maken. Als informatie niet bijdraagt aan je punt, moet het sneuvelen, want als je alles probeert te zeggen, zeg je uiteindelijk niks. Dus moet je eerlijk en authentiek zijn in alles wat je schrijft? Alsjeblieft niet zeg.