Even in de bench

“Lau, kun jij op Alfa passen, dit weekend?” Vroeg Loek.

Alfa is een Spaans straathondje, waarschijnlijk een mengelmoes van, uh, twee rassen die ik al zestien keer gevraagd heb maar die ik niet kan onthouden (ook een marketingprobleem eigenlijk).

Hij heeft twee enorme oren die altijd recht overeind staan en grote ogen met donkere wenkbrauwen die permanent op een droevige stand hangen. Als ie enthousiast is (bijvoorbeeld als ie z’n kluif komt laten zien, of iets prachtigs dat ie uit de prullenbak heeft gevist) komt ie zo enthousiast kwispelend aanhobbelen dat z’n rug er krom van trekt.

Dus dit weekend had ik een leenhond.

Heee baas je bent wakker goeiemorgen wil je een pak uitgedroogde pasta en een gebruikt theezakje, net gevonden in de prullenbak alsjeblieft ik leg ze wel ff hier neer graaggedaan hoor baas!

Alfa en ik zijn uit hetzelfde hout gesneden. Allebei worden we woest enthousiast van de rijkdom van de enorme wereld om ons heen. Maar af en toe bijten we ook allebei wel eens een grotere hap van die wereld af dan we in één keer kunnen doorslikken.

Alfa weet niet wat ie meemaakt, in mijn huis. Zó veel dingen om op te kauwen, zó veel dingen op bovenop te klimmen of onder te zitten of omheen te rennen of om te gooien of aan stukken te scheuren, dat ie niet helemaal goed weet waar ‘ie moet beginnen. Vanmiddag werd ie er een beetje onrustig van.

Ik bedoel: ‘rustig’ was sowieso al niet perse een term voor deze 20 kilo wegende brok pure levensenergie. Maar hij had er zelf last van: hij werd wat schrikkerig, hield steeds een paar meter afstand en z’n oortjes lagen in z’n nek.

“Doe ‘m maar even in z’n bench”, zei Anne. “Daar wordt ‘ie misschien rustiger van. Dan verkleint z’n wereldje een beetje, daar kan ie wat makkelijker grip op krijgen.”

En verdomd. Twee uurtjes later, toen ‘ie zachtjes begon te piepen, heb ik hem eruit gelaten. Oortjes vrolijk overeind, even lekker knuffelen, en terug aan ’t werk.

Soms moet je lezer ook heel even in de bench.

Als schrijver, als expert, wil je ze het liefst meteen jouw hele wereld laten zien. Álles wat ze moeten begrijpen in één informatiekruiwagen over ze heen kieperen. Maar jij staat er niet meer bij stil hoe veel je weet over jouw vakgebied. En hoe weinig anderen weten.

M’n punt? Ja ja ja oké: let goed op in wat voor wereld je jouw lezers loslaat. Maak het niet te overwhelming voor ze. Maak soms hun wereldje wat kleiner. Éen stelling per tekst, één gedachte per alinea, één onderwerp per zin. Da’s genoeg. Stop ze maar even in de bench. Worden ze rustig van.

.