Slechtste manager ooit

Ik had ooit een baas die me tot de diepste wanhoop dreef.

Dit is niet goed genoeg, zei ze als ik eens iets had geschreven. Ga maar schaven totdat het perfect is. En waag ’t niet om je te laten zien voordat het absoluut flawless, perfect, het allerbeste ooit is.

Of ze fluisterde: hoe durf je jezelf een expert te noemen? Ga eerst nog maar eens heel wat jaartjes bijleren. Als ik één blik op LinkedIn werp, zie ik zo vijftien mensen die meer weten, slimmer zijn, meer verbonden zijn, dan jij.

Niemand zit op jou te wachten, beet ze me toe. Dus bewijs eerst maar eens wat je waard bent door de moeizame klussen op te lossen met mensen die niet echt bij je passen. De leuke, passende klussen krijg je later wel, als je goed je best doet.

Als je geld wil verdienen, moet je zwoegen en afzien.

Grotere problemen oplossen voor de klant? Dat kan jij toch helemaal niet..?

Als jij iemands manager zou zijn, zou je haar dan zo toespreken? Of zou je inzien dat dit niet echt een effectieve manier is om iemand haar beste werk te laten doen?

Heel eerlijk: ik heb nog nooit een verhaal gehoord van iemand in de echte wereld die dit soort dingen tegen een werknemer zei. Negatieve dingen, sure. Maar zó erg?

En toch doen we dit, zodra we voor onszélf werken, ineens op dagelijkse basis. De slechtste manager die ik ooit gehad heb, zat in mijn eigen hoofd. De stem in mijn hoofd is verantwoordelijk voor een héleboel momenten van geslotenheid waar ik open had kunnen zijn. Van wegkruipen waar ik zichtbaar had kunnen zijn. Van voor mezelf houden waar ik anderen iets had kunnen geven.

En bij veel van de creatieve professionals die ik spreek is het niet veel anders.

Ik zou zeggen: ontsla die bitch.

Werken met iemand die je niet respecteert is nooit een functionele situatie. Het is tijdsverspilling, op z’n best. En op z’n slechtst een neerwaartse negativiteitsspiraal die de kwaliteit van je werk, je leven en je humeur in een rap tempo ver de diepte in sleurt.

Nou is een fysieke persoon ontslaan relatief gemakkelijk (hoewel je ook daarbij vast ook wat innerlijke demonen te verslaan hebt). Maar hoe ontsla je de shitty manager in je eigen hoofd?

Nou, dat is één van de dingen waar ik mijn coachees vaak vrij uitgebreid bij help. En het beste werkt het om er, met begeleiding, op dagelijkse basis mee aan de slag te gaan. Dat stemmetje laat zich niet zomaar temmen, onder andere omdat ze juist bestaat om je te beschermen.

Maar dat geeft dus ook meteen de eerste ingang: het herkennen en labelen van de dingen die er in je hoofd gebeuren, en er kritische vragen bij stellen. Zijn dit werkelijk gedachten die me helpen overleven? Of zijn ze goed bedoeld maar, eh, onhandig geformuleerd, zal ik maar even zeggen. Het helpt zelfs om de stem een naam te geven. Die van mij heet Meg.

Als je vervolgens gaat oefenen met deze niet-helpende gedachten te vervangen door gedachten die je wél helpen, slijt je nieuwe paadjes in je brein. Samen met oefenen met een stabiele contentgewoonte (zoals m’n wekelijkse nieuwsbrief: niet iets schrijven omdat ik nu vandaag toevallig de inspiratie voel, maar omdat het vrijdag is en ik een belofte heb gemaakt), bouwt dat aan een basis van zelfvertrouwen. Of misschien accurater: dat je leert dat niet alles dat je maakt je eigen megahoge lat over hoeft. Dat ‘goed genoeg’ soms beter is dan je zelf denkt.

Wat je te zeggen hebt is waardevoller dan je zelf gelooft. Dat garandeer ik je. Dus bevrijd je visie uit de terreur van je zelfkritiek. Leer herkennen dat wat Meg allemaal tegen je zit te brullen de hele dag niet persé de waarheid is. Dat is misschien wel het waardevolste werk dat je kunt doen, want het maakt al het andere mogelijk.

.